Broedplaatsen
Een halve levensloop in het maken van ruimte voor creatie: Tolhuistuin, De Ceuvel en De Hoop in Zaandam.
Een groot deel van mijn werk gaat niet over het maken van één object, maar over het maken van de plek waar dat kan gebeuren. Ruimte voor creatie, meestal tijdelijk, altijd gebouwd met wat er al lag. Drie broedplaatsen vormen daarin een doorlopende lijn.
Het begon bij de Tolhuistuin, het voormalige Shell-laboratorium aan het IJ in Amsterdam-Noord. Als beheerder haalde ik onder andere de hekken rond het terrein weg, en richtte ik er een werkplaats in. Daar maakte ik mijn eerste bootbanken — het eerste moment waarop hergebruikt materiaal en eigen ontwerp echt samenkwamen.
Die ervaring nam ik mee naar De Ceuvel, de duurzame broedplaats op een voormalige scheepswerf aan het Van Hasseltkanaal. Ook hier begon ik met een werkplaats, maar dit keer op grotere schaal: in de eerste twee jaar bouwde ik het slingerende steigerpad tussen de woonboten, hielp ik de boten zelf met fundering op de vervuilde kade te leggen, en maakte ik het meubilair voor het Ceuvel-café. Van beheerder was ik inmiddels bouwer van een hele plek geworden.
Die stap naar schaal zette door bij De Hoop in Zaandam: een maakgemeenschap van zo’n 16.000 m² in een voormalige kartonfabriek, op de grens van Zaandam en Amsterdam. Geen los project meer, maar een compleet dorp van ateliers en werkplaatsen, grotendeels zelf gebouwd door de makers die er nu werken.
Drie plekken, één rode draad: niet slopen en opnieuw beginnen, maar een verlaten terrein, een leeg gebouw of een hoop overgebleven materiaal herkennen als het begin van iets nieuws. Het is het werk waar ik, zonder het in het begin zo te noemen, eigenlijk al mijn hele werkende leven mee bezig ben.